Oog-in-oog met Van Gogh

mei 14, 2026

Enkele jaren geleden bracht ik voor het eerst een bezoek aan de Zuid-Franse stad Arles en ik verwachtte dit als een soort Vincent-van-Gogh-bedevaart te gaan ervaren. Het tegenovergestelde was eerder waar: in plaats van eer te bewijzen aan een overledene, bruiste deze stad juist van het leven. Een bijzonder leuke ervaring, maar voor nu niet relevant.

De graven van beroemde mensen hebben een belangrijke plaats in de Franse samenleving. Bekende voorbeelden hiervan zijn met name te vinden in Parijs, in de eerste plaats op begraafplaats Père Lachaise. Hier rusten meer en minder bekende personen onder vaak prachtige grafmonumenten. Met onder andere de graven van Jim Morrison, Oscar Wilde en Edith Piaf is dit een plek waar velen een bezoek aan brengen. En je hoeft je zeker niet bezwaard te voelen om er rond te lopen, de begraafplaats is bij haar aanleg begin 19e eeuw ontworpen als zowel begraafplaats als wandelpark.

Parijs kent hiernaast ook formeel belangrijke grafmonumenten. Zo is er de tombe van Napoleon onder de gouden koepel in Les Invalides en vormt het Pantheon een monument voor de Franse republiek en haar grote mannen en vrouwen. De Franse staat heeft ervoor gezorgd dat deze belangrijke personen daar een grootse laatste rustplaats hebben gekregen.

Even ten noordwesten van Parijs bevindt zich het gezamenlijke graf van Vincent van Gogh en zijn broer Theo in het dorpje Auvers-sur-Oise. Van Gogh was zeker niet de eerste kunstenaar die in dit dorp terechtkwam, de schilders Daubigny, Pisarro en Cezanne gingen hem voor. 

Auvers-sur-Oise bood het rustige Franse platteland terwijl de 30 kilometer naar Parijs per trein snel overbrugd konden worden. Van Gogh schilderde er veel en maakte er de laatste ontwikkelingen in zijn kunst en van zijn leven door. De werken die hij hier maakte zijn zeer karakteristiek, maar helaas vond hij hier ook zijn zelfgekozen einde. De mensen uit zijn nabije kring schreven vlak na zijn dood aan anderen dat het hen niet zal verbazen dat Van Gogh zelfmoord had gepleegd.

Zijn uitvaart verliep anders dan de bedoeling was. De pastoor van Auvers-sur-Oise weigerde elke medewerking aan de uitvaart van een niet Rooms-Katholiek die zelfmoord had gepleegd. De benodigdheden voor de rouwperiode en uitvaart (een onderstel voor de kist, lijkkoets en touwen om de kist in het graf te laten zakken) werden gehuurd in het naburige Mery-sur-Oise en Vincent werd opgebaard in Auberge Ravoux, waar hij verbleef tijdens zijn periode in Auvers-sur-Oise. Theo moest de reeds gedrukte rouwkaarten met de hand aanpassen omdat de uitvaart niet in de kerk plaats mocht vinden.

Het graf van Vincent en later ook Theo ligt op de lokale begraafplaats van Auvers-sur-Oise, op een heuvel net noordoosten van het dorp. De rouwstoet zal er ongeveer een kwartier over gedaan hebben om van de herberg naar de begraafplaats te gaan. Op die laatste plek begon mijn bezoek aan Auvers-sur-Oise en een, voor mijn gevoel, zeer persoonlijke kennismaking met Vincent van Gogh. 

Auvers-sur-Oise is haar kunstenaars zeker niet vergeten. Verschillende bekende schilderijen van Van Gogh brengen verschillende locaties in deze plaats in beeld, op de betreffende locaties zijn borden geplaatst met afbeeldingen van die schilderijen. De lokale VVV lijkt grotendeels in het teken van Van Gogh te staan en er is bijvoorbeeld zelfs de Rue de Zundert. Daarnaast zijn ook de herinneringen aan Daubigny duidelijk aanwezig.

Aan de buitenkant van de begraafplaats is een groot informatiebord over de uitvaart van Van Gogh opgehangen, hierop ook een foto van de door zijn broer met de hand aangepaste rouwkaart. De begraafplaats is overdag vrij toegankelijk en de graven van Vincent en Theo zijn makkelijk vindbaar, de locatie is zelfs op Google Maps gemarkeerd. Op een begraafplaats waar de wat grotere stenen grafmonumenten domineren, zijn de graven van Vincent en Theo een toonbeeld van soberheid. Een bed van klimop overdekt de graven, op beide grafstenen staan simpelweg de namen en geboorte- en sterfjaren van beide broers met daarboven de tekst ‘Ici repose’ (hier rust). Minder bekend, maar wel opvallender is het graf van de schilder Corneille. Op slechts enkele meters van het graf van Vincent en Theo bevindt zich een stenen grafmonument met vrij uitgebreid opschrift in geel en een gekleurde afbeelding van een schilderij van deze kunstenaar. Als groot bewonderaar van Van Gogh was zijn laatste wens om voor eeuwig in de buurt van zijn grote voorbeeld te rusten.

Op een kleine 100 meter van de begraafplaats staat het eerste bord met een schilderij van Van Gogh: Korenveld met kraaien. De drie afgebeelde paden zijn er nog steeds en het gele koolzaad dat op het moment van mijn bezoek op de akker stond, geeft een indruk van het geel van het koren dat hij schilderde. Zijn laatste rustplaats kijkt uit op één van zijn laatste werken.

Verderop in het dorp zijn de kerk, de trap en de boomwortels die Van Gogh schilderde. De standpunten die hij gebruikte tijdens het schilderen van deze werken kunnen nog steeds worden ingenomen, ik nam bij de kerk dan ook even de tijd om een schets te maken. Het gevoel door de ogen van Vincent te kijken werd steeds sterker, zonder hem te zien stond ik oog in oog met hem. 

Zijn kamer in Auberge Ravoux heb ik uiteindelijk niet bezocht. Niet omdat het 10 euro kost om er binnen te mogen, maar puur praktisch uit tijdsgebrek. Je kunt zijn kamer namelijk maar op bepaalde momenten onder begeleiding bezoeken. Misschien doe ik het bij een volgend bezoek aan Auvers-sur-Oise wel en ik weet ook niet of het nog meer zou hebben toegevoegd – of misschien zelfs wel teveel zou zijn geweest. Het bezoek was was kort, maar nu al een moment in mijn leven om niet snel te vergeten.

Het bezoek aan Auvers-sur-Oise was letterlijk een ‘eye-opener’ waarbij ik niet alleen de omgeving zag die Vincent zag, maar ook hoe hij die zag.

    Leave a comment

Total: